De Deense Wadden, net wad anders

Geplaatst door Redactie op 30 juni 2017 om 16:08 in de categorie Bestemmingen, Reisreportages
Met je auto het strand op op Rømø © Nico van Dijk

Met je auto het strand op op Rømø © Nico van Dijk

Wadden? Die hebben we toch ook in Nederland? Dus waarom zou je daarvoor naar Denemarken gaan? Heel simpel, bijvoorbeeld omdat je langs de Deense wadden ultrabrede stranden hebt, waar je zelfs met je auto over het strand mag rijden: Dakar in Denemarken.

Door Nico van Dijk

Strandzeilen op Rømø. © Nico van Dijk.

Strandzeilen op Rømø. © Nico van Dijk.

Het Deense Waddengebied, het ‘Vadehavet’, loopt van de Duitse grens tot aan Esbjerg. Het wad omvat de drie bewoonde eilanden Rømø, Mandø en Fanø en het onbewoonde eilandje Langli. In 2008 werden de Deense wadden uitgeroepen tot Nationalpark Vadehavet, zes jaar voordat het gebied aan het Unesco-Werelderfgoed Waddenzee werd toegevoegd. De Deense Wadden vormen tevens het grootste nationale park van Denemarken. Het Vadehavet gaat bij Varde, even ten noorden van Esbjerg, naadloos over in Natuurpark Deense Noordzee, oftewel Naturpark Vesterhavet.

Het Deense Waddengebied mag dan kleiner zijn dan het Nederlandse of Duitse Waddengebied, maar het is zeker zo interessant. Waarom? Omdat het net even anders is. Dat begint al met de bereikbaarheid van de eilanden.

Deense Waddeneilanden makkelijk bereikbaar

De Deense Waddeneilanden zijn net even makkelijker bereikbaar dan hun Nederlandse en Duitse soortgenoten. De eilanden in Nederland zijn alleen met een veerboot, of wadend over het wad, te bereiken. Maar Rømø is via een dam verbonden met het Deense vasteland. Dat scheelt je dus een bootticket. Doordat je altijd weer naar het vasteland kunt, kun je je verblijf op de Wadden combineren met bezoeken aan al die leuke stadjes, op zoek gaan naar het rijke viking-verleden van Jutland en attracties als Legoland bezoeken.

Borden bij het begin van de zeeweg naar Mandø © Nico van Dijk.

Borden bij het begin van de zeeweg naar Mandø © Nico van Dijk.

Net als Rømø is ook Mandø via een weg bereikbaar, maar dat vergt wel enige voorbereiding. De weg, de Låningsvejen, is alleen te berijden als je de eb- en vloedtijden kent. De weg loopt namelijk twee keer per 24 uur onder water. Veel mensen maken de oversteek daarom met speciale tractorbussen.

Bekijk de roadmovie naar Mandø:

Het derde Deense Waddeneiland, Fanø, is alleen via een korte boottocht per veerboot bereikbaar.

Met je auto of strandzeiler het strand op

Verder zijn de stranden op de Deense eilanden letterlijk soms kilometers breed. Dat komt doordat de zee elk jaar vele tonnen zand aan de westkust van de eilanden afzet. De stranden zijn zelfs zo breed dat je op Rømø, na Texel het grootste Waddeneiland, op veel plaatsen met je auto, je motor en je camper het strand op mag. Als je dit nog nooit gezien hebt, kijk je echt je ogen uit. Bij Lakolk Strand wordt sinds 2016 elk jaar in september zelfs een festival met klassieke auto’s en motoren gehouden, inclusief strandraces. Bekijk de video:

Ook strandzeilen of met kitebuggy’s racen zijn populaire activiteiten op Rømø. Volgens kenners is het Sønderstrand de beste strandzeillocatie van Denemarken. Golfliefhebbers kunnen op de golfbaan naast het recreatiepark Rømø Resorts bij Havneby afslaan. Hier liggen een 18-holes en een 9-holes pay and play-banen. En liefhebbers van de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog kunnen op Rømø, waar tussen 1940 en 1945 een belangrijke Duitse radarpost stond, nog een van de 52 bunkers uit de oorlog bezoeken.

Ook op Fanø ligt net ten zuiden van Rindby Strand een groot strandzeilgebied. Zowel op Rømø als op Fanø kun je ook cursussen volgen om zelf met strandzeilwagens, zogeheten blokarts, en kitebuggy’s om te gaan.

Naakt op de Deense stranden

Hou je niet motorisch geweld en kom je juist voor je rust naar de Deense Wadden? Geen probleem. Er is ruimte genoeg voor iedereen, ook voor liefhebbers van naaktrecreatie. In Denemarken mag je volgens de Nederlandse Federatie van Naturistenverenigingen overal naakt recreëren, zolang anderen zich er niet aan storen. Bovendien mag je, anders dan bij ons, in Denemarken ook in de duinen recreëren, tenzij dit uitdrukkelijk verboden is.

Rustig Fanø

Het strand van Fanø is vijftien kilometer lang en op sommige plaatsen meer dan 1 kilometer breed. In de zomer liggen er honderden zeehonden op de zandbank ten zuidwesten van Fanø te zonnen. Om op Fanø te komen, moet je met de veerboot van Esbjerg naar Nordby, de hoofdplaats van het eiland. Nordby is een overzichtelijk, gezellig stadje met veel huizen uit de negentiende eeuw. Een paar musea, vogels kijken, fietsen en zeehonden spotten zijn hier de voornaamste attracties. Her en der vind je nog resten van de 300 kustbatterijen en zware bunkers die hier tijdens de Tweede Wereldoorlog als onderdeel van de Atlankwall zijn gebouwd. De meeste campings en vakantiehuizen op Fanø vind je tussen Fanø Bad en Rindby Strand.

Denemarken’s mooiste

Ook Sonderhø mag je niet overslaan. Sonderhø staat bekend als het mooiste dorp van Denemarken. Parkeer je auto op het kerkplein en kuier op je gemak door de kronkelige straatjes. De meeste huizen dateren van halverwege de achttiende eeuw tot de negentiende eeuw, toen Sonderhø de belangrijkste havenplaats aan de westkust van Jutland was. Maar diezelfde Waddenzee die zoveel voorspoed bracht, zorgde er ook weer voor dat de haven verzandde en nu in een veld is veranderd.

Porseleinen honden

Let ook op de vele porseleinen hondenbeeldjes die je in de vensterbanken ziet staan. Het zijn Staffordshire-honden en het zijn er altijd twee. Deense zeelui namen ze in de tweede helft van de negentiende eeuw uit Engeland mee naar huis. Als de beeldjes naar buiten kijken, is de heer des huizes op zee. Als ze naar binnen of naar elkaar kijken, is hij thuis. Over de oorsprong van dit gebruik doen twee verschillende verhalen de ronde. Volgens het ene verhaal staan de beelden symbool voor verbondenheid en liefde.

Maar het andere verhaal is iets minder romantisch. In de Engelse haven barstte het van de bordelen. De dames aldaar mochten zich voor hun diensten niet laten betalen, maar mochten wel souvenirs verkopen, zoals bijvoorbeeld porseleinen hondenbeeldjes…

Het achterland van de Deense Wadden

Behalve op de eilanden zelf is er ook op het vasteland van Jutland enorm veel te zien en te doen. Een vakantie in dit deel van Jutland is niet compleet zonder een bezoek aan het vikingstadje Ribe of Legoland.

Standbeeld van de Kagmanden in Tønder © Nico van Dijk.

Standbeeld van de Kagmanden in Tønder © Floris van Dijk.

Standbeeld van de Kagmanden in Tønder © Nico van Dijk.

Hedendaagse versie van de Kagmanden in Tønder © Nico van Dijk.

Maar ga bijvoorbeeld ook een dagje naar Tønder. Dit is na Ribe, het oudste handelsstadje van Denemarken. Tønder floreerde vanaf de middeleeuwen tot ver in de zeventiende eeuw dankzij de handel in kant en graan. De mooie gevels die het centrum domineren, stammen vooral uit de periode 1600 – 1800. Op het centrale plein met gezellige terrasjes, vind je niet alleen het oudste huis van Tønder (het Klosterbagerens hus oftewel de kloosterbakkerij) maar ook een standbeeld van de ‘Kagmanden’. Het originele houten beeld staat in het museum. In de middeleeuwen moest deze stadswacht met de zweep de mensen er aan herinneren dat ze zich maar beter aan de wet konden houden. Een hedendaagse collega is altijd bereid om met toeristen op de foto te gaan.

Een aanrader is het museumkwartier in Tønder. Op één plek vind je hier het cultuurhistorisch museum van Tønder, een museum voor moderne Scandinavische kunst en, in de voormalige watertoren, een museum dat gewijd is aan meubelontwerper Hans Wegner.

Het mooiste straatje van Denemarken

Slotsgarden in Møgeltønder. De muren van sommige huizen zijn zo 'golvend' dat je je afvraagt hoe ze overeind blijven. © Nico van Dijk

Slotsgarden in Møgeltønder. De muren van sommige huizen zijn zo ‘golvend’ dat je je afvraagt hoe ze overeind blijven. © Nico van Dijk

En als je toch in de buurt bent, bezoek dan ook even Møgeltønder. Direct voorbij het Schackenborg-kasteel bij de ingang van het dorp (in de zomer toegankelijk), ligt de Slotsgaden, de hoofdstraat van het dorp. Deze straat is officieel uitgeroepen tot de ‘smukkeste gade’ oftewel het mooiste straatje van Denemarken. Alleen zijn de ronde casseien een beproeving voor iedereen die op smalle racefietsbandjes of hoge naaldhakken het dorp doorkruist.

Maar geen nood, voor goed schoeisel kun je terecht in het dorpje Bredebro. Hier zit de befaamde schoenenfabriek van Ecco. Naast de fabriek ligt een winkelcentrum met natuurlijk een Ecco Premium Outlet en een Lego-winkel. In die speelgoedwinkel kun je Lego kopen dat je nergens anders zult aantreffen.

Verder kun je in dit deel van het vlakke Denemarken prima fietsen. Weliswaar maken veel fietspaden onderdeel uit van de doorgaande wegen, maar overal waarschuwen bordjes automobilisten voor ‘krysende cyklister’ oftewel overstekende fietsers.

De Deense Wadden, net wad anders
5 (100%) 1 vote

Sharing is caring!

Comments are closed.